woensdag 11 mei 2016

Wat is er mis met het Vinkje?

Onlangs publiceerde ik een column op Sociale Vraagstukken, waarin ik kritiek uitte op het Voedingscentrum. Door te kiezen voor Het Vinkje op sommige producten kozen zij eerder voor het bedrijfsleven dan voor de consumenten, zo stelde ik. De keuze voor de Vinkjes sluit beter aan bij marketing, dan bij de situatie van consumenten die zich een weg moeten banen door de dagelijkse voedingsjungle. In die jungle is de Schijf van Vijf echt nergens te bekennen.
Kort daarop verscheen er in De Volkskrant een opiniestuk van een groep mensen met gezonde belangstelling voor Echt Eten, waarin zij (waaronder ikzelf) het Voedingscentrum opriepen te stoppen met die Vinkjes.

Er zijn veel mensen die niet begrijpen wat er mis is met de Vinkjes. Een greep uit de reacties die ik kreeg: ze zijn toch goedgekeurd door de Europese Commissie (is dat zo? ja) en het Voedingscentrum heeft toch het beste met de mensheid voor? Waarom toch zo negatief? En bovendien, een betuttelende overheid, dat willen we toch niet? Straks krijgen we hier Noord-Koreaanse toestanden! En mensen kiezen toch zelf, zijn toch geen slachtoffers? Ze zijn zelf verantwoordelijk voor hun overgewicht, en door ze slachtoffer te noemen geef je ze toch alleen maar een vrijbrief om nóg meer te gaan schransen?

Daarom in dit blog toch nog een poging tot toelichting.

Ik weet niet of het Vinkje een puur commercieel oogmerk heeft of had en of het Voedingscentrum erop uit is ons bewust te misleiden. Het lijkt me eerder een gevolg van twee ideologische opvattingen, namelijk ten eerste dat consumenten bewust kiezen en ten tweede dat de overheid moet samenwerken met het bedrijfsleven. Waarom zijn dit ideologische keuzen?
Dat mensen maar zeer beperkt bewust kiezen, blijkt uit psychologisch onderzoek, dat is allang bekend. Van alle beslissingen die met eten te maken hebben zijn er maar een kleine minderheid echt bewust. (Zie daarvoor: Asha ten Broeke en Ronald Veldhuizen: Eet mij).

De nadruk op bewust kiezen is ideologisch omdat deze de mens definieert als consument in een markt, waarbij de individuen als bewust acterend worden voorgesteld. Een markt van bewust kiezende consumenten dus. Het totaal van deze bewuste keuzes is dan de marktwerking, die als drijfveer voor onze samenleving wordt gezien: marktwerking leidt vanzelf tot een optimale situatie. Dat betekent ook dat je als overheid de bedrijven niet moet inperken, omdat de markt uiteindelijk vanzelf wel het goede. Dat betekent óók dat  de consumenten daarvoor verantwoordelijk zijn. Dat is de tweede ideologische keuze. (Lees Paul Verhaeghe, Identiteit) In de praktijk blijkt dit keer op keer een misverstand. Bedrijven zijn er om winst te maken. Daarbij rekken zij de grens van wat mag, steeds zo ver mogelijk op. Gezondheid is niet hun doel, niet hun belang. Verkopen wel. Samenwerken met bedrijven berust dus op een geloof dat ze uit zichzelf wel het goede zullen doen, maar dat blijkt keer op keer vooral het goede voor zichzelf: meer verkopen, meer winst. Geloof in de werking van de "markt" is dus een ideologische, en met het oog op de volksgezondheid bepaald geen goede keuze. 

Het Vinkje past in dit ideologische model, omdat bedrijven hiermee “voorlichting” kunnen geven. Ja, er komen ook Vinkjes voor op gezonde producten, maar niet alle gezonde producten hebben een Vinkje. Daarbij is het tweede Vinkje, de “gezondere keuze in de productgroep” ronduit misleidend, omdat lijkt alsof het om een gezonde keuze gaat. In werkelijkheid is het hooguit een iets minder slechte keuze (als je kijkt naar vet, suiker of zout) maar komt het niet in de buurt van gezond. Veruit de meeste consumenten begrijpen dit niet, er is ook vrij veel kennis voor nodig. Bovendien staat nergens wat die productgroep precies is, en of die productgroep überhaupt in de Schijf van Vijf.  De uitwerking van dit Vinkje is vooral dat producten “onder de radar” komen: mensen willen wel opletten op wat gezond is, maar denken dan eerder dat dit product wel meevalt, het wordt door hun ongezondheidsradar niet langer opgemerkt. Het is onnodig te zeggen dat vooral fabrikanten hiervan profiteren, het is zelfs een centraal punt in hun marketingstrategie. Verleiden en misleiden.
Mijn punt (en dat van vele critici) is dat de overheid (in casu het Voedingscentrum) vooral aansluit bij de zojuist beschreven ideologie van de markt en dús de belangen van de producenten. Die liever een zweem van gezond suggereren en zo gebruik maken van een Vinkje.

Vanuit het oogpunt van een onafhankelijke voorlichter (wat het Voedingscentrum zou moeten zijn) zou een model met drie Vinkjes: gezond, twijfelachtig en ronduit ongezond gepropageerd moeten worden (een soort stoplichtmodel dus, dat juist met heel veel lobbygeld vanuit de voedingssector is tegengehouden!). Of twee Vinkjes: gezond en twijfelachtig. Maar dan echt op ALLE producten, zodat de consument ook echt zou kunnen vergelijken. Dit lost nog steeds het feit niet op dat de meeste keuzes onbewust plaatsvinden, maar zou vanuit het perspectief van voorlichting ten minste eerlijk zijn. Het feit dat fabrikanten moeten, of vrijwillig kunnen, bijdragen aan het verkrijgen van een Vinkje, maakt dat dit Vinkje eerder marketing is dan voorlichting. Commercieel als gevolg van een bewuste keuze van het Voedingscentrum, zou je kunnen stellen.

Daarnaast heeft de overheid in diverse rapporten steeds gesteld dat de “gezonde keuze steeds de makkelijkste” moet zijn. In de praktijk is hiervan niets terug te vinden, de ongezonde keuze is steeds veruit het makkelijkst, het verleidelijkst, het overvloedigst aanwezig en het goedkoopst. Ook in het beleid is hiervan zeer weinig terug te vinden, omdat de overheid geen beperkingen aan bedrijven wil opleggen of omdat gemaakte afspraken niet worden nageleefd, zie bijvoorbeeld het rapport over kindermarketing van Foodwatch. Vrijwel alle producten gericht op kinderen (van K3 tot Cars tot Disney tot Kabouter Plop) zijn ongezond. En je maakt mij niet wijs dat deze producten niet voor kinderen onder de 6 jaar zijn – wat bedrijven zeiden te hebben afgesproken.

En de voedingsjungle blijft onaangetast. Nog steeds moet je bij vrijwel alle kassa’s langs een snoepfuik. Terwijl je staat te wachten, word je aan maximale verleiding blootgesteld. Dat dit werkt, komt doordat de marketeers heel goed weten dat de meeste voedingskeuzes onbewust worden gemaakt. Dat kun je hen niet kwalijk nemen, dat is hun doel. Hoe meer wij eten (en hoe ongezonder, omdat bewerkte producten meer geld opleveren en leiden tot nóg meer eetlust) hoe beter voor hun gezondheid, dat wil zeggen: hun portemonnee.

En nog steeds staan er frisdrankautomaten in scholen, liggen er koeken en snacks in de “gezonde schoolkantines” (toegegeven, er is meer aanbod van gezond gekomen, maar verleiding is er nog steeds). Nog steeds draaien sportkantines (!!) op chips, patat, kroketten en bier.
Dat betekent dat alle verantwoordelijkheid op de schouders van de consument komt te liggen, óók op jonge consumenten, buiten de aanwezigheid van hun ouders (op scholen dus). Keuzevrijheid is een groot goed, maar de gezonde keuzes zijn veruit het duurst en het ingewikkeldst, de verleiding is nog altijd groot. In de dagelijkse voedseljungle komt het aan op zelfbeheersing, kennis, geld en vooral: een steunende omgeving. En deze voorwaarden zijn niét gelijk verdeeld. Laten we eerlijk zijn: overgewicht is in hoge mate een armoedeprobleem. Dat heeft te maken met genen, voedingspatroon (waarin je opgroeit), met geldgebrek, lage status en sociale stress en in veel gevallen laaggeletterdheid of een lagere begaafdheid. Natuurlijk moet ik oppassen met deze woorden, het geldt niet voor iedereen. Maar als je de cijfers erop naslaat, kom je tot dezelfde bevindingen. Een gezond voedingspatroon in deze tijden kost niet alleen geld, maar vergt ook kennis, inspanning en een steunende sociale omgeving.


Op het moment dat ik dit schrijf zit ik op het Franse platteland. Ook hier zie je veel mensen met overgewicht, maar wat wil je? Er heerst armoede, en de boontjes kosten 7 euro per kilo. Snoep, frisdrank en chips kosten bijna niets. Kijk maar eens wat ze bij de Franse Aldi verkopen, de winkel voor arme mensen: koek, snoep en chips. Het is de enige troost en de enige vorm van luxe voor de mensen hier, wat zouden ze eraan hebben om zichzelf ook dit nog te ontzeggen? Zelfs als ze 10 kilo zouden afvallen, dan nog hebben ze overgewicht, maar missen ze het enige stukje troost dat ze kunnen betalen. Het verandert niets aan de uitzichtloosheid van hun positie, maar zorgt er wel voor dat ze alleen staan. Eten is immers naast een vorm van troost ook een sociaal gebeuren… Professor Seidell geeft als ultieme tip: zorg dat je een stressvrij leven hebt. Hoe moeten de mensen aan de onderkant van de samenleving hier in vredesnaam voor zorgen?

Het Voedingscentrum zou zich moeten gaan bezighouden met deze realiteit van consumenten. Om te beginnen door de Vinkjes op àlle producten te zetten (en zich zo los te weken van het verdienmodel waarin sommige fabrikanten de indruk van gezond kunnen kopen). Dan pas kun je als consument vergelijken. Bovendien zouden er handleidingen moeten komen hoe je overleeft in de voedseljungle: bijvoorbeeld door meer nadruk op het eten van drie goede maaltijden per dag. Niks halvarine, niet beknibbelen op roomboter, maar drie voedzame maaltijden met veel eiwitten, groenten en fruit. Met een volle maag ben je zoveel beter bestand tegen verleiding.

Daarnaast zouden sommige omgevingen beschermd moeten worden, zoals scholen. Kinderen en jongeren brengen lange dagen op school door, waarom zou daar geen gezonde maaltijden beschikbaar moeten zijn? Ik wil geen kind een hap eten opdringen, maar als het aangeboden wordt, als samen gezond eten gewoon wordt, als er voor de niet-ontbijters boterhammen liggen en als er aan het eind van de ochtend een gezonde maaltijd klaarstaat, denk ik dat er heel wat minder jongeren in de supermarkt te vinden zouden zijn, met hun energy drinks en roze koeken. Hoezo is dit de verantwoordelijkheid van ouders? We hebben met de leerplicht kinderen toch juist uit de handen van ouders losgemaakt, overdag? Waarom zouden scholen dan niet, als wettelijke plaatsvervangende ouders van die uren, als een verantwoordelijke ouder voor die kinderen zorgen? Dat geeft bovendien mínder ongelijkheid: door steeds te verwijzen naar de verantwoordelijke ouders zijn juist die kinderen de dupe die het minder getroffen hebben. Die zonder ontbijt op school komen. Die van huis uit vooral armoede, stress en slecht eten meekrijgen.

En er is nog iets: de keuzeideologie leidt ook nog eens tot stigmatisering. Niet het ongezonde eten, maar overgewicht wordt gezien als problematisch. Tegen alle wetenschappelijk bewijs in heerst de gedachte dat overgewicht een eigen keuze is. Zelfs bij kinderen, die weinig te kiezen hebben. Zelfs bij kinderen nauwelijks overgewicht hebben, maar die van zichzelf (er is een tamelijk grote variatie in gewone mensen en dus gewone kinderen) iets zwaarder zijn. Deze kinderen worden nu al nagewezen: “jij zult wel elke dag bij de snackbar eten” terwijl de dunne kinderen straffeloos hun koeken en fris naar binnen werken. Je dunne lichaam is je vrijbrief, als “bewijs” van goed gedrag – daarbij maar even negerend dat niet iedereen dezelfde genen heeft. Nu worden vooral de pechvogels in de samenleving gestraft, voor hun vermeende “onmatige” gedrag en vermeende gebrek aan wilskracht. De borstkloppers gaan naar de sportschool en worden daarvoor uitgebreid gecomplimenteerd. En stappen vervolgens in hun dure auto.

Onder het motto Eigen Verantwoordelijkheid wordt niet alleen de sociale invloed (groepsdruk en sociale stress) ontkend, maar ook de gevolgen van marketing en de overload aan ongezond voer aan individuele fouten geweten. Eigen Schuld. En het erge is dus dat het Voedingscentrum hieraan bijdraagt, door eetgedrag te zien als iets individueels in plaats van iets wat bij uitstek sociaal bepaald is. En door, via de keuzeideologie, de verantwoordelijkheid bij de Consumenten te leggen. Zo worden de gevolgen van een voedingsindustrie die op volle toeren draait om ons vol te stoppen met rommel op de schouders gelegd van de grootste pechhebbers in de samenleving. Beleidsmaatregelen worden met felheid tegengehouden: betutteling, indoctrinatie, Noord-Korea! We willen toch geen "nanny-state"? Alsof het gezond maken van scholen ook maar iets van de keuzevrijheid in de weg staat... Alsof pubers van 12 bewust kiezen om als eenling hun stukjes komkommer te eten, terwijl de anderen naar de snackbar gaan... Zelfs Seidell draagt vooral argumenten aan om vooral geen groenten op scholen te serveren, omdat ouders dat als betuttelend zouden zien. Nee, ook hij houdt het liever bij voorlichting. 

Als het Voedingscentrum echt iets voor de Nederlandse bevolking zou willen doen, dan zou het moeten beginnen met het kiezen voor de gezondheid van de burgers. Door te kijken hoe hun dagelijkse voedingsrealiteit is. Door te helpen om gezond eten voor iedereen ook mogelijk te maken. Dan krijgt het Voedingscentrum van mij ook weer een Vinkje.  

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen