vrijdag 4 januari 2013

Helpt het pubergesprek?




(Dit blog verscheen eerder op www.joop.nl)


GGD Amsterdam heeft een pilot uitgevoerd met een extra Preventief Gezondheidsonderzoek ( PGO) op 16-jarige leeftijd, het zogenaamde“pubergesprek”. Op grond daarvan is besloten om dit pubergesprek voor alle Amsterdamse scholen voor (regulier) voortgezet onderwijs in te voeren. Voorafgaand aan het gesprek vulden de scholieren een digitale vragenlijst in en werden ze gemeten en gewogen. Op basis daarvan werd besloten of zij voor een consult zouden worden opgeroepen. Van de vmbo-leerlingen in de pilot werd een dusdanig hoog percentage (61%) opgeroepen dat is besloten dat voortaan alle vmbo-ers een consult zullen krijgen. Voor de havo-vwo-ers zal een screening vooraf blijven bestaan. (1)

In de media verscheen het bericht: “vmbo-leerling heeft vaker pubergesprek nodig”,wat natuurlijk mijn nieuwsgierigheid wekte: vanwaar dit verschil? Een medewerker van de GGD gaf toelichting. Het blijkt dat twee factoren meespelen. De eerste is dat vmbo-ers een snellere ontwikkeling naar volwassenheid meemaken. Dat betekent dat zij eerder aan risicogedrag op het gebied van alcohol, seks en drugs beginnen. De tweede factor is dat vmbo-ers vaker uit gezinnen komen met een lage opleiding, laag inkomen en/of allochtone achtergrond, hetgeen de kans op een ongezond leefpatroon vergroot.

Preventie in deze groep is dan ook zinvol, om meerdere redenen. Ten eerste wordt risicogedrag op deze manier eerder opgemerkt en aangepakt. Ook het RIVM pleitte voor dit extra contactmoment, vanwege de grote lichamelijke en geestelijke veranderingen die jongeren juist in de eerste jaren van het voortgezet onderwijs meemaken. Uit de pilot bleek dat het gesprek ook door de jongeren gewaardeerd werd en de adviezen opgevolgd.

Ten tweede is juist het pubergesprek een middel om deze jongeren te bereiken, nu ze allemaal nog op school zitten. Om die reden zal het pubergesprek voortaan in het najaar plaatsvinden, vóórdat de examens (4vmbo) beginnen. Ten derde kan het pubergesprek juist voor deze jongeren, bij wie voor velen geldt dat de ouders zich in een minder bevoorrechte positie bevinden, de drempel naar gezondheidsonderzoek en voorlichting verlagen. Zo is er een speciale site van de GGD waarop jongeren informatie kunnen vinden over seksualiteit en gezondheid en anoniem met een medewerker van de ggd kunnen mailen of chatten.

Toch wringt hier iets. De belangrijkste vraag die bij mij opkomt is waaróm kinderen op het vmbo een ‘sneller traject naar volwassenheid’ doormaken (wat overigens ook uit ander onderzoek blijkt). Wat zijn de sociale factoren deze snellere volwassenwording bevorderen en hoe wenselijk is dit? Komt het door de beroeps-en praktijkgerichte oriëntatie van het onderwijs? Door klassegebonden denk- en leefpatronen? Deze vragen blijven onbeantwoord maar –en dat is erger- worden zelfs niet gesteld.

Vervolgens kun je je afvragen of havo-vwo-ers gewoon later aan dergelijk risicogedrag beginnen en of voor hen een vervolggesprek in 5 havo of 6vwo wenselijk is. Of hebben zij domweg meer beschermende factoren om zich heen: hoger opgeleide ouders die kennis hebben van een gezond leefpatroon, die het geld en de gewoontevorming hebben, een veiliger leefomgeving, betere toegang tot informatie? De veronderstelling is gerechtvaardigd dat de verschillen tussen de schoolniveau’s en daarmee de risico’s voor de individuele jongere, gelegen is in de kwaliteit van de leefomgeving.

Het gevaar van het pubergesprek is, zo schreef ik enige maanden geleden (2) dat het teveel de aandacht vestigt op het individu. De beweegredenen van het ministerie om het pubergesprek in te voeren, lagen vooral in zorgen om alcoholgebruik en overgewicht onder jongeren. En inderdaad bleken deze (respectievelijk in 29% en 9% van de gevallen) reden voor doorverwijzing.

Maar uit onderzoek is duidelijk dat juist overgewicht bij uitstek een omgevingsprobleem is (en je kunt je afvragen in hoeverre dit niet ook geldt voor alcoholgebruik). In het recent verschenen EET MIJ geven Asha ten Broeke en Ronald Veldhuizen hier een breed overzicht van. Welk nut heeft een individueel gesprek voor kinderen die opgroeien in een sociale omgeving met een ongezond eetpatroon, een school- of sportkantine met vette hap, fastfood op elke straathoek en koeken, chips en frisdranken in de supermarkt? Toen jongeren van het pubergesprek hoorden vonden ze dat een goed idee, maar hadden ze nóg meer behoefte aan een gezonde omgeving. Wat heb je aan kennis en individuele begeleiding als de omgeving zo ongezond blijft?

Een schoolbreed (liever stedelijk, of landelijk) programma waarin voorlichting over een gezond eetpatroon gecombineerd wordt met daadwerkelijke actie, is dan veel zinvoller. En inderdaad was de GGD betrokken in een pilot met een gezonde lunch op school, die zowel wat betreft gezondheid van de kinderen, hun leerprestaties en hun sociaal welbevinden goede resultaten had. En zelfs droeg het bij aan de sociale cohesie in de wijk. (3)

Het jammere nu is, dat scholen ieder voor zich het wiel moesten uitvinden zodat het project sukkelig en moeizaam op gang kwam. En nà het experiment en met het stopzetten van de bijbehorende subsidie, hadden de scholen de grootste moeite om het succes voort te zetten. Dit laat zien hoezeer een landelijk beleid en coördinatie van dergelijke projecten wenselijk is. Hoewel de projecten vanuit diverse hoeken over elkaar buitelen (bijvoorbeeld JOGG, B-Fit, De gezonde schoolkantine) ontbreekt een centraal zicht op de wenselijkheid, de voorwaarden voor succes, de wetenschappelijke grondslagen en de algemene kennis. Wat dat betreft is Nederland er in de laatste decennia op het gebied van jeugdbeleid enorm op achteruit gegaan. Sommige projecten blijken enorm goed te werken maar worden toch niet landelijk ingevoerd, spelers in het veld zijn meestal commercieel (de zegening van marktwerking) zodat de wetenschappelijke onderbouwing soms te wensen overlaat en bureaus eerder concurreren dan samenwerken.

Kortom, het lijkt een goed idee om via het pubergesprek de jongere individueel te benaderen, maar tegelijk blijft daarmee de belangrijkste bepaler, de omgeving, buiten schot. Het pubergesprek is op individueel niveau wellicht nuttig, maar laten we vooral ook breder blijven kijken.

 

Noten: 

(2) http://www.socialevraagstukken.nl/site/2012/07/10/pubergesprek-en-de-roep-om-een-gezonde-omgeving/#_edn2
(3)zie voor het rapport van de pilot: http://www.gezond.amsterdam.nl/nieuwsoverzicht/project-lunchen/

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen