maandag 5 maart 2012

Waarom de Tijgermoeder gelijk heeft


Onlangs schreef Sebastiaan van der Lubben op Ouders Online (1) een boeiend artikel over de Nederlandse opvoeding, Polderkinderen genaamd. Hij begon met een beschouwing over het boek van Amy Chua: Strijdlied van de Tijgermoeder (Battle Hymn of the Tiger Mother).  Voor wie (over) het boek nog niet gelezen heeft: deze moeder (van Chinese komaf, leeft in de Verenigde Staten en geeft les aan Yale University) bepleit een Aziatische manier van opvoeden, waarbij van het kind het uiterste gevraagd wordt: altijd de beste zijn van de klas, nooit spelen, altijd studeren en minimaal een klassiek instrument bespelen (op concertniveau). Van der Lubben constateert dat de Aziatische opvoedmethode de beste rekenaars en lezers voortbrengt en de oosterse landen opstuwt in de vaart der volkeren. Toch wordt deze opvoedmethode door Nederlandse pedagogen afgewezen. Nederlandse ouders blijven steeds in overleg met hun kind, onderhouden een goede relatie en stimuleren het in zijn of haar ambities. Het beste wat ouders kunnen doen, is de intrinsieke motivatie van hun kinderen te stimuleren. Niet onder dwang, want dat leidt wellicht tot uitzonderlijke prestaties, maar ook tot een “wonderlijke persoonlijkheid en een zeer verstoorde relatie met hun ouders en dat is niet echt  `normaal’.”

Het is heerlijk om door deskundigen bevestigd te krijgen dat de Nederlandse ouders het beste opvoeden. Een fijne conclusie, die toch nog heel wat vragen onbeantwoord laat. Want waaróm zijn Aziatische ouders zulke `tijgers’ en wat  kunnen Westerse ouders daarvan leren? Waarom leidde het boek over de tijgermoeder in het Westen tot zulke heftige discussies? Deze vragen kun je alleen beantwoorden vanuit een sociologisch gezichtspunt, namelijk door de opvoeding in een Aziatische context en in een Nederlandse context te zien.

Eerst de Aziatische context. In De Volkskrant (18-2-2012) stond onlangs een artikel over China dat mijn vermoedens bevestigde: in China heerst veel onzekerheid onder de middenklasse. De onderklasse is straatarm en zonder perspectief, en de middenklasse is vrijwel even slecht af. In die samenleving is alleen voor de allerbesten een leefbare plek te veroveren, die krijg je beslist niet cadeau. Daar zul je heel hard voor moeten knokken, want er is enorm veel concurrentie, en maar weinig goede plaatsen. Zo is in China slechts 0,89 procent (!) van de bevolking hoger opgeleid. Daar past geen zachtaardige opvoedstijl bij, al valt het te betwijfelen of werkelijk alle Chinese kinderen volgens de tijgermethode worden opgevoed, de meeste Chinese ouders zullen er de kennis noch de middelen voor hebben om hun kind op pianoles te sturen of naar dure scholen. De Chinese cultuur zelf blijft natuurlijk wel een rol spelen. Daarin is het individu minder belangrijk dan de gemeenschap, en zijn kinderen aan hun ouders verplicht in plaats van –zoals hier- ouders aan hun kinderen.
Maar wat de Aziatische ouders willen, is een heel essentiële wens:  namelijk een toekomst voor hun kind. En die toekomst (anders dan in volstrekte armoe en kansloosheid) is alleen –en dan nog misschien- te krijgen door heel hard te werken en absoluut de beste te zijn. Want inderdaad brengen Aziatische landen de beste rekenaars en lezers voort. Maar hoeveel van die kinderen krijgen later een toekomst met enige welvaart? I rest my case.


Waarom de Tijgermoeder ongelijk heeft

Dan de Nederlandse context. Nederland heeft misschien niet de beste uitblinkers, maar scoort over de hele linie zowel in onderwijsniveau (33% procent van de bevolking is hoogopgeleid) als in welvaart onvergelijkbaar veel hoger dan China. Wereldwijd staan we volgens de Human Development Index, een evaluatie van de Verenigde Naties waarin armoede, analfabetisme, onderwijs en levensverwachting verwerkt is, op de 11e plaats, tegenover China op de 85plaats, achter Armenië en Suriname. Daarnaast zijn hebben de jarenlange ontwikkelingen van democratisering, individualisering en emancipatie hun werk gedaan. In onze samenleving zijn kinderen het meest gebaat bij een overlegopvoeding, waarin ouders zowel sturen als luisteren. Ze stimuleren de zelfsturing, de innerlijke motivatie van de kinderen, omdat volwassenen die varen op een innerlijk kompas de beste kaarten hebben (2). Een echte tijgeropvoeding zou hier niet het gewenste resultaat hebben, de dwang komt daarbij van buitenaf. Niet voor niets kwamen de westerse kinderen van Chua in opstand. Nederlandse ouders weten dit, en hanteren daarom de door Van der Lubben beschreven opvoedstijl. Ze doen het goed. In deze samenleving.


Waarom de Tijgermoeder gelijk heeft

Waarom leidde het boek van Chua in het Westen tot zulke discussies en wat kunnen we van haar leren? Het is duidelijk dat de tijgeropvoeding botst met onze fundamentele opvoedingswaarden en ook niet voorbereidt op een optimaal functioneren in de westerse samenleving. Toch heerst ook hier onzekerheid over onze opvoeding. Niet alleen vanuit de vraag of onze liefdevolle en geluksgerichte opvoedingsmethode zulke gelukkige en succesvolle kinderen heeft voortgebracht. De jonge volwassenen, zelf opgegroeid in de tijd van vanzelfsprekende welvaart en geluk, merken namelijk hoe zwaar de last op hen drukt van het altijd maar gelukkig moeten zijn. Maar ook met het oog op de toekomst van onze maatschappij. Kon de vorige generatie opvoeders nog leunen op zekerheden (een vaste aanstelling, overwaarde op je huis, pensioenopbouw), voor de komende generatie is dat veel minder het geval. De samenleving is onzekerder geworden, en daarmee competitiever. In de onzekerheid over het behoud van je baan bij de zoveelste reorganisatie of bedrijfsovername, in de concurrentie om opdrachten voor de talloze ZZP-ers, in de dans om de vervulling van vacatures met meer dan honderd sollicitanten, worden prestaties belangrijker, óók al omdat tegenwoordig 40% van de schoolverlaters (3) hoger opgeleid is, zodat je met een hbo- of universitair diploma geen uitzondering meer bent.

Dit zijn ontwikkelingen die verklaren waarom de tijgermoeder niet geheel en al wordt afgewezen. Net als in de Verenigde Staten (Amy Chua geeft les aan Yale University), waar competitie en arbeidsonzekerheid al veel langer een belangrijke rol spelen. Een beetje ambitie voor je kinderen is in deze tijd best een goed idee, en de tijgermoeder inspireert daartoe, zonder dat Nederlandse ouders geheel en al zullen overgaan tot haar methoden. We worden geen tijgermoeders/vaders, dat zou hier niet passen. Maar zelfontplooiing alléén is niet langer het belangrijkste opvoedingsdoel. Ouders van nu zijn bewust bezig met de toekomst van hun kind. Net als ouders vroeger, en net als ouders in Azië, steeds op de manier die bij hun tijd en samenleving past.



Noten:
(1)   www.ouders-online.nl  van 05-02-2012
(2)  Zie ook C. Brinkgreve (2004): Vroeg Mondig, Laat Volwassen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen