maandag 9 juli 2012

Wie maakt prinsessen van meisjes en piraten van jongens? Wij zelf!

Dit artikel verscheen eerder in het digizine van het Waarborgfonds Kinderopvang: www.nul12.nl 

Verschillen tussen mannen en vrouwen, tussen jongens en meisjes zijn “in”. Boeken als Mannen komen van Mars, Vrouwen komen van Venus[1] benadrukken deze verschillen, maar ook breinonderzoek is populair. Hun verhalen zijn heel herkenbaar: jongens zijn drukker, hebben structuur nodig maar ook ruimte om te bewegen, meisjes zijn socialer, meer gericht op elkaar. De leefwereld van kinderen wordt ondertussen steeds meer door vrouwen bepaald. Er zijn door echtscheidingen meer alleenstaande moeders, terwijl het onderwijs en zéker de kinderopvang gedomineerd worden door vrouwen. Geen wonder dus, dat jongens het in die omgeving steeds slechter doen.[2] Jongens hebben een eigen aanpak nodig met zowel structuur als ruimte voor stoeien, maar vooral meer mannelijke rolmodellen. Daarom wordt er gepleit voor meer mannen op scholen en in de kinderopvang, opdat jongens meer mannelijke rolmodellen zullen hebben en beter begrepen zullen worden. 

Een herkenbaar en ook plausibel verhaal. Maar klopt het ook? Zo’n dertig jaar geleden was een ander verhaal dominant: dat kinderen gelijk geboren worden en verschillend gemáákt. Niet de nature (het biologische verschil) maar de nurture (de opvoeding) was in die visie allesbepalend. Jongens moesten daarom met poppen en meisjes met auto’s spelen. Breinonderzoek werd zo ongeveer verketterd als fascistisch.

Wat deze twee volstrekt tegengestelde benaderingen met elkaar gemeen hebben, is dat ze de werkelijkheid geweld aandoen vanuit een theoretisch model of maatschappelijk ideaal. Het huidige onderzoek dat verschillen tussen jongens en meisjes aantoont, blijkt op slechts kleine verschillen te berusten.[3] Baby’s worden inderdaad vrijwel gelijk geboren en vooral verschillend gemáákt. Al van jongs af aan wordt bij jongens jongensgedrag gestimuleerd en bij meisjes meisjesgedrag. Dat begint al in de wieg, denk aan die schattige rompertjes in het blauw met `stoer’ erop en in het roze met `lief’. Meisjes worden `prinsesjes’, jongens worden `piraten.’ Dit gebeurt vooral onbewust, dat maakt het zo ongrijpbaar. De in beginsel kleine verschillen tussen jongens en meisjes, worden hiermee groter en duidelijker en vervolgens theoretisch onderbouwd met breinonderzoek. Dat jongensbreinen verschillen van meisjesbreinen komt dus vooral door de opvoeding, waarin jongens met constructiespeelgoed spelen en zo het ruimtelijk inzicht van hun brein stimuleren, terwijl meisjes hun verbale en sociale vaardigheden oefenen.

Maar wat onderzoek óók aantoont, is dat er binnen de seksen grotere verschillen zijn dan tussen de seksen. Met andere woorden: tussen jongens zijn grote verschillen en tussen meisjes zijn grote verschillen. Deze verschillen krijgen met het huidige model te weinig ruimte. Want een voordeel van de jaren zestig en zeventig was wèl dat de zachtaardige jongens de kans kregen om te zorgen, en de stoerdere meiden in tuinbroek in een boom mochten klimmen.

En dat zou ik dan ook nu weer willen bepleiten. Een mannelijk (maatschappelijk) rolmodel in de kinderopvang is wellicht wenselijk voor de jongens en zelfs ook voor de meisjes, maar op dit moment werken er in de kinderopvang nog geen 2% (kdv) tot hooguit 10% (bso) mannen. Dat zal naar mijn voorspelling niet snel veranderen, de veelal parttime banen en het relatief lage salaris zijn voor mannen niet erg aantrekkelijk. Daarnaast bestaat het risico dat er ten opzichte van mannen òf teveel argwaan zal zijn (naar aanleiding van Robert M.) òf te weinig kritisch zal worden gekeken, omdat men al blij is dat er een man solliciteert.

Wat wèl bereikt zou kunnen worden, is dat alle werkenden in de kinderopvang bewuster worden van hun eigen rolbevestigende gedrag en dat ze meer ruimte geven aan handelingsmogelijkheden voor beide seksen. Dat zowel zorgende als de meer technische speelmogelijkheden nadrukkelijk aan jongens èn meisjes, het liefst samen, worden aangeboden. Structuur, stoeien en lichaamsbeweging lijken me goed voor alle kinderen, maar met aandacht voor de meer gevoelige, zachte types, of dat nou jongens of meisjes zijn.




[1] Van de auteur John Gray
[2] Aldus de pedagogen Louis Tavecchio en Lauk Woltring op Leraar24 van 02-03-2010: feminisering en jongensproblemen
[3]Zo betoogt Asha ten Broeke in haar ijzersterke boek: “Het idee M/V” (2010)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen