donderdag 20 maart 2014

Pesten is geen schoonmaakmiddel!

Pesten is een probleem in de Nederlandse Defensie Academie (1). Geweld en vernedering tussen de aspirant-officieren nemen problematische vormen aan, en sommige cadetten en adelborsten worden structureel buitengesloten. Gelukkig vindt de gouverneur van de Koninklijke Militaire Academie, Theo Vleugels,  het ongewenst dat studenten intern saneren. Maar volgens Stephan de Vries (in het NRC-Handelsblad van 19 februari j.l.) is dat een misvatting en heeft het pesten juist een zelfreinigende functie. Zijn argument hierbij is dat militairen onder extreme omstandigheden op elkaar moeten kunnen vertrouwen. Door middel van het uitsluiten naar impliciet tot stand gekomen groepsnormen worden zo de zwakkeren uit de groep geweerd, wat zowel de kameraadschap als de veiligheid ten goede zou komen.
Deze redenering – die ook wel op schoolpleinen te beluisteren valt - berust op een grove misvatting over de aard en oorzaken van pesten. Vaak wordt gedacht dat personen die gepest worden, niet aan de (al dan niet impliciete) groepsnormen beantwoorden. Het omgekeerde is echter het geval. Groepsnormen worden aangegrepen om het buitensluiten te legitimeren. Daarbij wordt met twee maten gemeten: zo is een populaire persoon die huilt empathisch (norm: sociale betrokkenheid) of dapper dat hij zijn gevoelens laat zien (norm: jezelf zijn) en de minder populaire huilebalk een kinderachtige loser (norm: flink zijn). De populaire persoon met een aparte haardracht is authentiek, de minder populaire met dezelfde haardracht een uitslover of een na-aper. Belangrijk is dus dat de norm wordt aangehaald in dienst van het pesten; het buitensluiten gaat dus aan het formuleren van de groepsnorm vooraf.
Wordt via het pesten de zwakkere weggesaneerd? Heeft pesten een zelfreinigend vermogen dat de veiligheid in het leger (of in het algemeen, de kameraadschap in een groep) ten goede komt? Dat is nog maar helemaal de vraag. Verwacht mag worden dat de militaire  opleiding zelf al voldoende sanerend vermogen heeft. Niet iedereen wordt aangenomen, of kan het fysiek en mentaal zware programma aan. De opleiders hebben voldoende gelegenheid om ook naar sociale vaardigheid van hun cadetten te kijken, dat is inderdaad niet de taak van de tweedejaars.
Het belangrijkste argument van De Vries is veiligheid in oorlogssituaties, als het op de samenwerking van de groep aankomt. De zwakkeren zouden deze in gevaar kunnen brengen, het zou zelfs levens kunnen kosten. Dit ziet hij als een rechtvaardiging voor het pesten en buitensluiten. Immers, de zwakkeren zijn een gevaar, het is maar goed dat ze eruit gepest worden. Dan vormen zij ook geen bedreiging van de groep, want wat overblijft als de zwakkeren eruit gepest zijn, zijn echte vrienden die elkaar kunnen vertrouwen. 
Het tegenovergestelde is echter waar: juist een sfeer van pesten en buitensluiten zorgt voor een onveilig gevoel in de hele groep. Jij kan de volgende zijn, als je maar enige zwakte laat zien, of als je een misstand aan de orde wil stellen die door de onveilige groepsnorm niet genoemd mag worden. Volgens dit mechanisme zijn er in de geschiedenis al vele fatale fouten gemaakt, onder andere in cockpits van vliegtuigen.

Pesten heeft geen zelfreinigend vermogen, maar werkt juist vervuilend: zowel voor het gevoel van groepsveiligheid als voor de fysieke veiligheid. Het idee dat de zwakkeren zo weggezuiverd worden komt neer op sociaal darwinisme: de slachtoffers van pesten zijn biologisch en/of sociaal inferieur, die kun je maar beter wegzuiveren. Iedereen weet wat het gevolg kan zijn van dit soort redeneringen.
Ja, maar, de groep besluit toch niet zomaar om iemand te gaan pesten, daar moet toch iets mee zijn? Alweer een misverstand. Gebrek aan leiderschap en de onveiligheid die daarvan het gevolg is veroorzaken pesten, doordat de eigen positie en die van de anderen niet duidelijk is. Een slecht geleide groep zal zo onderling gaan zoeken naar een slachtoffer, om een kunstmatige consensus te bereiken: wij zijn een groep dóórdat we een extern mikpunt hebben. Dat betekent echter niet dat het uiteindelijke slachtoffer "zwakker" was, maar dat deze zwakker wordt gemáákt. De onveiligheid (in de groep zelf, nog los van de oorlogssituatie) gaat aan het pesten en aan het slachtoffer vooraf. Pesten wordt wel ingezet om personen weg te "zuiveren", maar de groep wordt er niet schoner van.

Onderling vertrouwen in de groep groeit onder krachtig en positief leiderschap, terwijl slecht of tiranniek leiderschap –en dit blijkt uit onderzoek- juist zorgt voor meer onderlinge agressie.(2)  Wanneer de opleiders de groep stevig onder handen gaan nemen en hun verantwoordelijkheid terugpakken op de pestkoppen, komt dat niet alleen de groep, maar ook de veiligheid ten goede. Pestretoriek is niet op zijn plaats. Niet in de samenleving, en dus ook niet in het leger. 


(2)Een studie uit 1939 van Lewin et.al., liet al zien dat onder leiding van een autoritaire leider, de onderlinge vijandigheid in een groep maar liefst acht keer zo groot is als onder democratisch leidinggevende. Lewin, Lippitt and White: Studies of Leadership and Social Climates (1939). 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen